Niet langer draait het bij wielrennen alleen nog maar om gewicht en stijfheid. Fietsen wegen al jaren standaard minder dan de UCI norm en besparen op uitgeholde boutjes of half gewikkelde stuurlinten is niet meer van belang. Sinds het bekender en populairder worden van de powermeter in het peloton zien we dat buiten gewicht en stijfheid ook aerodynamica een steeds grotere factor gaat spelen bij de ontwikkeling van nieuwe racefietsen.

Met een powermeter zie je precies hoeveel je kunt besparen en in een windtunnel kan de fiets of fietspositie verder worden gefinetuned. Specialized is momenteel het enige merk op de markt wat beschikt over een eigen windtunnel en heeft daardoor alle mogelijkheden om de snelst denkbare producten te ontwikkelen. Maar moet je perse in een peperdure windtunnel om sneller te worden? Bij het zien van de voorjaarsklassiekers kunnen we er niet onder uit, zodra de koploper alleen voorop zit gaan de ellebogen boven op het stuur om een zo’n klein mogelijk frontaal oppervlak aan te meten. De winst die hiermee geboekt wordt is zo groot dat het absoluut de moeite loont hier zelfs in de zware finale van een klassieker mee bezig te zijn. Hoe groot die winst is en hoe je hier zelf je voordeel mee kunt doen lees je even verderop.

Hoe werkt wind en aerodynamica?

Tijdens een fietstocht in Nederland is de wind je grootste tegenstander. ongeveer 80%(!) van de weerstand die je moet overbruggen is de luchtweerstand die tot stand komt door je eigen lichaam. Het loont dus de moeite die weerstand zo laag mogelijk te krijgen. De overige 20% komt voort uit luchtweerstand van je materiaal en rolweerstand van lagers en banden. 

Weerstand op de fiets in Nederland:

  • zwaartekracht (0%) 
  • rolweerstand, banden / lagers (+/-5%)
  • luchtweerstand fiets (+/-15%)
  • luchtweerstand body (80%),

30km/h / 80% van je energie is luchtweerstand.

(70kg / 100rpm / 30km = +/- 220watt. 176 watt word gebruikt om de luchtweerstand van het eigen lichaam te overwinnen.)

De manier om luchtweerstand te meten gebeurd met de formule DRAG CDA

CD (formaat object) x A (luchtweerstand) = Aero Drag

Des te kleiner het formaat (frontaal oppervlak), des te kleiner de luchtweerstand en dus minder drag.

Om inzicht te geven in het verschil van weerstand vs zitpositie hebben we de meest gebruikelijke zitposities uitgelicht en getest. Alle testen zijn gedaan bij een snelheid van 40km/h. De volgende posities zijn getest:

Het verschil in frontaal oppervlak is duidelijk zichtbaar:

Bekijk de video om te zien hoeveel wattage je kunt besparen door een aangepaste zithouding:

Wat moet ik lichamelijk veranderen en wat kan ik veranderen aan mijn fiets om een aero positie lang vol te kunnen houden?

In het meest extreme geval kost het 25% extra kracht om dezelfde snelheid te behalen. Een enorm verschil. In de video is duidelijk zichtbaar dat het loont om te letten op het doorbuigen van de ellebogen en dat het meer aerodynamisch is om met de handen óp de shifters te rijden in plaats van onder in het stuur. Lichamelijk zijn er een aantal dingen belangrijk om geen blessures te krijgen en deze sportieve houding langer vol te houden. Als uitgangspunt is het verstandig altijd te beginnen met een volledige Body-geometrie fit fietspositionering. Hierna weet je de maten van je fietsafstelling en je lichamelijke mogelijkheden op de fiets.

Heuphoek
Bij het aanpassen van de zithouding naar een meer aerodynamische houding is het belangrijk de gemeten hoeken en standen van knie en heup niet uit het oog te verliezen. Wanneer je het stuur dusdanig laag monteert dat de hoek van je heup kleiner word dan dat je zelf aan kunt zul je merken dat je snel een verkrampt gevoel zult ervaren en dat je niet dezelfde of zelfs minder kracht kunt leveren dan wanneer je rechter op zit. Houdt dus altijd rekening met je eigen grenzen. 

Zadelstand en bekkenkanteling
Om een kleiner frontaal oppervlak te creëren beginnen we altijd met het aanpassen van de zadelstand. door het zadel verder naar voren te schuiven en hoogte mee te corrigeren (meestal de helft van de zadelterugstand. zadel 1cm naar voren = +/- 5mm omhoog) en vaak ook nog het zadel enigszins met de neus naar beneden te kantelen is het mogelijk je bekken verder voorover te kantelen waardoor het eenvoudiger word om dieper te zitten met het behoudt van de eerder gemeten knie en heuphoek.

Stuur en stuurpen
Gebruikelijk is dat het stuur een stuk lager en verder naar voren geplaatst kan worden zodat de lengte (reach) van het zadel naar het stuur gelijk blijft aan de eerder gemeten maten tijdens de Body Geometrie fit.
Waar tot een paar jaar terug de stuurbreedte altijd afgeleid werden vanuit de schouderbreedte zien we dat tegenwoordig in het profpeloton eerder de regel is: Kies het smalst toelaatbare. De smallere sturen maken een groot verschil bij het meten van het frontaal oppervlak. Zo zien we dat bijvoorbeeld Tom Boonen Vlaanderen’s mooiste op een fiets reedt met een 38cm stuur.

Het bewust zijn en eventueel aannemen van een meer aerodynamische houding is efficiënt voor iedere wielrenner op elk niveau. Iedereen heeft luchtweerstand als tegenstander. Let er wel op dat je rekening houdt met het feit dat bijvoorbeeld je controle over de fiets en eventueel remmen minder snel gaat wanneer je jezelf in de meest aerodynamische houding bevindt. Gebruik het voordeel wanneer het kan.